Passerina
Italiaanse witte druif, hoofdzakelijk aangeplant in het gebied Marche, maar ook in andere delen van Midden-Italië. Een eigenschap van deze druif is dat hij behoorlijk veel suikers ontwikkelt en de naam passerina betekent dan ook zoveel als ‘kleine druif die spreeuwen graag eten’ (passero is Italiaans voor spreeuw). Hij behoudt naast de suiker gelukkig wel een goede zuurgraad. In zijn smaak kom je rijp citrusfruit en mineralen tegen.